Peter van de Ven

Peter van de Ven

Vanaf eind jaren tachtig tot ongeveer tien jaar geleden speelden er regelmatig Nederlanders in de Schotse competitie. Clubs als Motherwell, Aberdeen, Dunfermline en Rangers hadden er veel, maar ook bij de andere clubs heeft er wel eens een speler ‘van Dietsen bloed’ onder contract gestaan. Zo ook bij Heart of Midlothian. Mark de Vries kennen de meeste mensen nog wel, zeker de Schotten. De andere Nederlander is wat onbekender: Peter van de Ven. Hij kwam van 1992 tot en met 1994 uit voor Hearts na twee seizoenen bij Aberdeen te hebben gespeeld. Het is al meer dan twintig jaar geleden dat Van de Ven Schotland verliet, maar nog altijd kijkt hij met plezier terug op zijn tijd daar.

“Ik speelde al twaalf jaar betaald voetbal voordat ik naar Schotland ging. Eerst drie jaar bij Fortuna Sittard en daarna vijf jaar voor Roda JC. In 1986 werd ik gekocht door Charleroi, dat was mijn eerste buitenlandse avontuur. Na drie seizoenen ging ik naar Willem II. Piet de Visser had grootste plannen met mij. Voor mij kwam dat goed uit, want we hadden net een zoon gekregen en reizen van Tilburg naar de familie in Weert was een eitje. Maar toen kwam Aberdeen na één seizoen en die club deed me een geweldig aanbod. Ik kon er drie keer zoveel verdienen. Eerder was een transfer naar Ajax afgeketst, dus ik was heel blij dat ik alsnog naar een transfer naar een topclub kon maken.

Ik kwam in Schotland terecht door manager Alex Smith van Aberdeen. Hij wilde zijn ploeg meer ‘Europes’ laten spelen, dus met minder lange ballen. Hij wilde dat bereiken door Nederlanders te halen, aangezien onze speelstijl hem aansprak. Met Theo Snelders had Aberdeen al een keeper die niet zomaar de bal naar voren ramde. Op het middenveld liepen Theo Caat aan de linkerkant en ik aan de rechterkant, voorin hadden we Hans Gillhaus. Met Willem van der Ark was er nog een vijfde Nederlander, maar dat was juist typisch een “Britse” spits. Lang en kopsterk. Uiteindelijk lukte het Smith om op een meer Nederlandse manier te spelen, met opbouw vanuit achteruit. Natuurlijk zaten er nog volop Schotse elementen in ons spel, maar ik denk dat we daadwerkelijk anders speelden dan de rest van de ploegen in de competitie.

Het beviel mij erg goed in Aberdeen. Die stad is groot geworden door de olie en daardoor redelijk internationaal georiënteerd. Zo was er een grote gemeenschap van Nederlandse expats waardoor we werden opgevangen. Die hadden eigen tennisbanen en feestavonden waar wij voetballers ook voor werden uitgenodigd. Het was een heerlijke tijd bij Aberdeen. Ik had helemaal geen last van heimwee. Soms gingen we wel eens terug naar Nederland, maar dat kwam hoogstzelden voor. Iemand als Hans Gillhaus deed dat veel vaker. Hij vertrok dan zaterdag na de wedstrijd naar Nederland en kwam maandagavond weer terug. Van de manager kreeg hij toestemming om de maandagtraining over te slaan. Ik begreep hem ook wel een beetje, want Hans was vrijgezel en ging graag in het weekend naar Amsterdam toe.

Dat soort acties tekent wel de relaxte mentaliteit van de Schotten. Die deden allemaal niet zo moeilijk. Toch viel mij op dat de afstand tussen manager en speler groter was dan in Nederland. Ik, en ook de andere spelers, spraken Alex Smith altijd aan met “sir” of “mister”. Ik vond hem een geschikte kerel. Ik speelde bijna alles en werd uitgeroepen tot Speler van het Jaar bij Aberdeen. Helaas werden we in mijn eerste seizoen nét geen kampioen. Op de laatste speeldag stonden we gelijk met Rangers, maar wij hadden een beter doelsaldo. Die laatste wedstrijd was uitgerekend op Ibrox. Het hele stadion zat vol met 50.000 Huns en die zorgden voor een geweldige sfeer. Het lukte niet om dat ene puntje te pakken. Het werd 2-0 voor Rangers en wij werden tweede. Ik vind dat nog altijd een smetje op mijn carrière, want een titel had het helemaal afgemaakt.

Het jaar erop wonnen we wel met 0-2 op Ibrox, maar dat was een van de weinige hoogtepunten van dat seizoen. We werden slechts zesde en wonnen geen enkele beker. Het bestuur ontsloeg Smith en die werd vervangen door Willie Miller, een van de legendarische spelers uit de tijd van Alex Ferguson. Mijn contract liep af, maar Miller bood me een nieuw contract aan voor twee jaar. Hij zei daarbij wel eerlijk dat ik waarschijnlijk minder zou spelen. Daar baalde ik wel van, maar het beviel ons goed in Schotland dat ik het toch wilde tekenen. Maar toen kwam er een telefoontje uit Edinburgh. Hearts-manager Joe Jordan was erg van me gecharmeerd en vroeg of ik naar Hearts wilde komen.

Ik kende Hearts natuurlijk wel van wedstrijden met Aberdeen. Ik wist dat het ook een heel grote club in Schotland was. Ze waren het seizoen ervoor tweede geworden en Jordan wilde me als libero hebben. Dat klonk allemaal perfect. Mijn vrouw en ik besloten naar Edinburgh te reizen om te gaan praten met de club. Eerlijk gezegd was ik nog nooit in het centrum van die stad geweest, maar we waren op slag verkocht. Aberdeen is door al dat graniet veel grauwer. Edinburgh is echt prachtig. Ik hoefde niet meer na te denken en tekende een tweejarig contract bij Hearts. Het was op dat moment een iets kleinere club dan Aberdeen, maar nog altijd een van de grotere van Schotland. Ik had er veel zin in.

De club regelde voor ons een huis in South Queensferry, net iets boven Edinburgh. We keken uit op die prachtige Forth Bridge. Echt een perfecte locatie om te wonen. In tegenstelling tot in Aberdeen, hadden we in South Queensferry veel meer contact met de lokale bevolking. Dit kwam doordat er geen grote Nederlandse gemeenschap in het stadje was. Eigenlijk vond ik het in Edinburgh veel leuker dan in Aberdeen. We leerden de Schotten veel beter kennen. Daar kregen we ook Schotse vrienden die we na mijn carrière nog hebben gezien. Het beviel mij uitstekend daar en mijn toenmalige vrouw genoot helemaal. Zij wilde eigenlijk ook in Schotland blijven wonen.

Bij Hearts speelde ik als libero oftewel sweeper, zoals de Schotten het noemen. Fijne plek. Het team was minder dan dat van Aberdeen en we speelden in de middenmoot. Toch vond ik Hearts helemaal niet zo’n achteruitgang ten opzichte van Aberdeen. Bij Hearts trainden we namelijk bij een lokale amateurclub en hadden we een echt veld. Bij Aberdeen hadden ze dat niet en trainden we gewoon in een park. Dat was zo’n verschil met Nederland. Aberdeen had zeven jaar eerder nog de Europa Cup II gewonnen en had niet eens een eigen trainingscomplex. Overigens werd dat trainen in Schotland allemaal niet zo serieus genomen. Wij speelden drie keer per week, dus was de training er voor ontspanning. Zeker bij Aberdeen, waar we Europees speelden en altijd ver kwamen in de bekers.

Bij Hearts werd goed gezorgd voor de spelers en hun familie. Wij speelden altijd op zaterdagmiddag en na de wedstrijd gingen we met de staf, de spelers en hun vrouwen en kinderen altijd eten in een pub in het centrum van Edinburgh. Dat zorgde voor een goede onderlinge band. Na het eten gingen de vrouwen en kinderen weg en dronken de spelers samen pints. Als spelers gingen we ook regelmatig naar een kapper in Gorgie, die zat schuin tegenover het stadion. Ik weet de naam niet meer, maar die was erg goed en ideaal om even te ontspannen. Daar zat je dan wel eens twee uur met wat teamgenoten. Ik ben erg benieuwd of die kapper er nog is.

Een groot verschil tussen Aberdeen en Hearts was dat je bij Aberdeen geen echte derby had. De wedstrijden tegen Dundee United waren een semi-derby. Er was maar één club echt gehaat door iedereen bij Aberdeen en dat was Rangers. Je merkte al dagen van tevoren dat die wedstrijd heel erg leefde. De fans hadden echt een gruwelijk hekel aan Rangers en andersom was dat ook het geval. De haat tegen Celtic was veel minder bij Aberdeen. Juist daarom was het extra pijnlijk dat we die beslissende wedstrijd in 1991 verloren op Ibrox.

Bij Hearts was de wedstrijd tegen Hibs het meest belangrijk. Dan stond de eer van de stad op het spel. Het waren altijd heerlijke wedstrijden. Je merkte in het stadion de rivaliteit, maar daarbuiten ging het er vrij vriendelijk aan toe. Ik heb nooit gezeik gehad in de stad vanwege het feit dat ik een speler van Hearts was. Wat dat betreft was het echt helemaal anders dan de Old Firm waar veel sektarische haat was en je als speler beter niet in de stad kon komen. De Edinburgh derby is veel vriendelijker. Ik heb ook geen enkele keer verloren van Hibs in de zes derby’s die ik meespeelde. Wij waren echt de bovenliggende partij in die jaren. Ik geloof dat het middenin een serie was van 22 wedstrijden waarin Hearts niet verloor van Hibs.

Ik weet dat Hearts van oorsprong de “protestantse” club is van Edinburgh en Hibs de “katholieke”, maar daar merkte je begin jaren negentig weinig van. Er is me nooit gevraagd of ik zelf protestants of katholiek was. Dat was echt totaal geen item bij Hearts. Gek genoeg is het me bij Aberdeen wel een keer gevraagd. Tijdens mijn introductie daar werd ik uitgenodigd in de boardroom. Dat was een heel chique gebeuren en heel formeel. Een van de bestuursleden vroeg aan mij wat mijn komaf was en of ik protestants of katholiek was. Dat is eigenlijk de enige keer geweest dat religie ter sprake is gekomen in mijn tijd in Schotland. Misschien dat het anders was geweest als ik in Glasgow had gespeeld, want daar leefde het wel heel erg. Misschien wel iets té.

Overigens vond ik Glasgow best een aardige stad. Er is altijd veel kritiek op en het is zeker geen Edinburgh, maar ook niet zo lelijk als veel mensen zeggen. Het centrum is best wel aardig met veel mooie gebouwen. Je ziet dat Glasgow een rijk verleden heeft. Wat me wel iedere keer opviel was de rook die rondom de stad hing van al die industrie daar, dat was echt een verschil met Edinburgh. Ik speelde altijd graag wedstrijden in Glasgow. Potten tegen Rangers en Celtic waren voor zowel Aberdeen als Hearts altijd heel belangrijke wedstrijden en het ging er altijd op. Dat zijn de mooiere duels om te spelen. In eigen huis waren dat ook altijd speciale wedstrijden met veel uitfans. Tynecastle trilde dan echt op zijn grondvesten. Ik vond onze thuishaven trouwens echt een geweldig stadion. Het ligt ingeklemd in de wijk, het publiek zit bovenop het veld en er hangt een typische geur van de brouwerij die er naast ligt.

Edinburgh vond ik echt een geweldige stad. Wij woonden in South Queensferry, maar dat is eigenlijk een buitenwijk. Wij waren dus vaak in het centrum te vinden. Je kon er goed eten, qua winkelen was er genoeg aanbod en er was van alles te doen. Ik kwam er echt heel graag. Ik heb ook nooit last gehad van heimwee of iets dergelijks in Schotland. Er was weinig waar ik echt aan moest wennen. Het was alleen apart dat het in de winter, zeker in Aberdeen, al rond vier uur donker was. Maar ook dat went snel. Nee, ik kan eigenlijk niets negatiefs zeggen over Schotland. Een heel prettig land om te wonen en ik ben dankbaar dat ik dit avontuur heb mogen meemaken. Het heeft mijn leven zeker verrijkt.

Helaas kwam in 93/94 ineens een einde aan mijn avontuur is Schotland. Wegens het overlijden van mijn vader wilde ik weer in Limburg gaan wonen, zodat ik dichter bij mijn moeder was. Ik kon bij Racing Genk tekenen en dat was natuurlijk perfect. Het was echt wennen in hier. Mijn vrouw en ik waren heel erg gewend aan het leven in Schotland en als ik eerlijk ben was het wel een beetje van een koude kermis thuiskomen. In Schotland was het leven een stuk meer relaxt. Mensen hebben veel meer tijd voor elkaar daar. Ik denk dat het komt doordat het land wat geïsoleerd is qua locatie. Je bent meer van elkaar afhankelijk dan hier in Nederland. Mensen zijn een stuk vriendelijker voor elkaar in Schotland. Altijd als ik een zondagskrant ging halen bij de kiosk maakte ik een praatje met de verkoper. Hij was ook een Hearts-fan en vroeg me altijd naar de wedstrijd of het nu goed of slecht was.

Na mijn carrière ben ik nog twee keer teruggegaan naar Schotland. Uiteraard ben ik ook even langs de stadions van Aberdeen en Hearts gegaan. Ze kenden me daar nog, erg leuk. In de trainersstaf van Hearts zat iemand met wie ik nog had samengespeeld. Ik heb tijdens die twee reizen meer gezien van het land dan in de jaren dat ik er woonde. Als voetballer leef je toch in een soort ritme. Aberdeen en Edinburgh kende ik goed, maar tijdens deze reizen heb ik ook andere delen van het land bezocht. Ik heb toen mijn vrienden in South Queensferry bezocht en ben langs Theo Snelders gegaan, die er nog steeds woonde. Ik zou graag nog eens naar Schotland gaan. Ik heb mijn zoon beloofd om met hem een keer een wedstrijd van Hearts en Aberdeen te bezoeken. Eigenlijk zouden we dat komend seizoen eens moeten doen.”

4
Share

Leave a Reply