Het Wonder van Castel di Sangro

Castel di Sangro

Wat ik dit seizoen doe, is niet uniek. Ik ben een plagieerhond. Er bestaan heel veel boeken van schrijvers die een seizoen lang op een club gaan zitten. In Nederland heb je bijvoorbeeld Marcel van Roosmalen en Vitesse. Ik schreef in het begin van dit project dat het gebaseerd was op “Een seizoen met Hellas Verona” van Tim Parks”, maar dat boek is toch anders. Parks woonde namelijk al een tijdje in de Italiaanse stad. Eigenlijk ken ik maar één boek dat echt op mijn idee lijkt: “Het Wonder van Castel di Sangro” van Joe McGinniss. De Amerikaan verhuisde van de VS naar Italië om het hele seizoen 1996/1997 de piepkleine club te volgen die voor het eerst naar de Serie B is gepromoveerd.

McGinniss had geen crowdfunding nodig, want hij was een bekende schrijver toen hij naar Italië vertrok. Zijn insteek is ook anders dan de mijne. Hij richt zich meer op het voetbal en zit echt op het team. De spelers zijn dan ook hooofdrolspelers in zijn verhaal. Inhoudelijk gezien zit ik dan ook meer op de lijn van Parks die zich vooral op alles rondom het voetbal richt. Het zorgt voor twee heel verschillende boeken en dat is mooi. Ik las het boek over Castel di Sangro eerder, want het is een paar jaartjes ouder. Ik weet nog dat ik het niet weg kon leggen. Ik ben dan wel Anglofiel, maar heb altijd wel iets met Italiaans voetbal gehad. Waarschijnlijk doordat ik ben opgegroeid met Studio Italia. Met Spaans voetbal heb ik bijvoorbeeld weinig. Duits voetbal vind ik vooral leuk om te bezoeken, maar de meeste clubs daar vind ik nietszeggend. Ze hebben ook vaak lelijke shirts en logos.

Voor het Calcio heb ik altijd een fascinatie gehad. Dat Parma nu failliet is, doet mij wel wat. Dat was in de jaren 90 wel een van mijn soft spots. Ik heb in Tilburg nog twee shirts van die club liggen. Ik trok er vaak eentje aan als ik ging trainen bij ZIGO. In de 90’s was internet nog niet echt heel groot, dus ik wist vooral veel over de Serie A maar weinig over de divisies daaronder. Van Castel di Sangro had ik nog nooit gehoord voordat het boek uitkwam. Dat Castel di Sangro in de Serie B is terecht kwam is daadwerkelijk een wonder. Er wonen maar 5000 mensen in het dorpje. Zeker voor Italiaanse begrippen, dat meer dan drie keer zoveel inwoners heeft als Nederland, is dat piepklein. Als je die verhoudingen meeneemt, zou het kunnen vergelijken met Molenschot. Castel di Sangro in de Serie B was dus net zoiets als VV Molenschot in de Eerste Divisie. Onvoorstelbaar.

Dat vond McGinniss ook, die na WK ’94 in de Verenigde Staten helemaal voetbalgek was geworden. Veel had McGinniss nog niet gevinckt, toen hij naar Italië verhuisde. Enkel wat topclubs en Padova, want daar speelde zijn vriend Alexi Lalas. De schrijver was groot fan van Roberto Baggio en wist weinig van de kleinere clubs. Maar hij voelde wel aan dat er in Castel di Sangro een enorm goed verhaal zat op het moment dat die club promoveert naar de Serie B. McGinniss zei zijn familie voor een jaar vaarwel en ging in de kille Abruzzen wonen. Dat is wel wat zwaarder dan naar Edinburgh verhuizen. Castel di Sangro is namelijk een vrij naargeestig plaatsje dat weinig wegheeft van het Italië dat iedereen van de tv kent. Het ziet er niet uit, er is weinig te beleven en als toerist kom je er eerder per ongeluk dan bewust.

McGinniss zocht vooraf contact met de club om over het wonder te schrijven. De club faciliteerde hem. Hij kreeg een vertaler en een appartement van de club, toevallig/bewust naast dat van de trainer. Hij mocht bij iedere training aanwezig zijn net zoals bij iedere uit- en thuiswedstrijd. Zelfs voor eten werd gezorgd. De club had namelijk een vast restaurant voor de vrijgezelle spelers, waar McGinniss ook welkom was voor tweemaal per dag een warme maaltijd. Dat alles had Hearts ook wel voor mij mogen regelen, maar dan was ik mijn objectiviteit kwijt. Ik vind dat je nooit in het krijt moet staan bij je onderwerp. McGinniss stond dat wel. Hij trok zich er alleen helemaal niets van aan. Zo kan het natuurlijk ook. Nadeel is dat het daardoor helemaal verkeerd afliep en hij na zijn vertrek niet meer welkom was in het stadje.

Het boek begint geweldig. Je leert Castel di Sangro kennen, zowel de stad als de club. Er is veel drama in het jaar. Zo overlijden er twee spelers tijdens een auto-ongeluk, wordt er een voetballer opgepakt in een groot drugssmokkelschandaal, is de grote baas in het stadje een maffiosifiguur en de voorzitter van de club bezoekt bunga bunga-feestje. Later richt het boek zich meer op het voetbal zelf. Castel di Sangro lijkt in het begin van het seizoen kansloos, maar gaat steeds meer punten pakken. Uiteindelijk redt de club zich een speelronde voor het einde. Eigenlijk is dat een nog groter wonder dan de promotie naar de Serie B. De laatste speelronde speelt Castel di Sangro tegen Bari, dat moet winnen om te promoveren. Castel di Sangro verkoopt deze wedstrijd en McGinniss spreekt zijn walging daarover uit. Tussen de schrijver en het merendeel van de entourage rondom de club komt het niet meer goed.

Dat laatste is erg jammer. Ondanks dat je het gevoel hebt dat veel spelers McGinniss toch wel een mafkees vinden, beschouwen ze hem ook als een onderdeel van het wonder. De club Castel di Sangro en zeker het team zelf krijgen gedurende het boek steeds meer en gezicht. Ik wist niet of ze het zouden redden of niet toen ik het boek las, maar begon wel steeds meer te hopen dat het zou lukken. McGinniss heeft heel erg zijn favorieten, waardoor je soms wel je vraagtekens zet bij bepaalde gebeurtenissen tijdens de wedstrijden. Maar op zich is dat niet zo belangrijk. Het boek leest lekker weg en je wordt echt in het verhaal gezogen. Je hebt het gevoel zelf in Castel di Sangro aanwezig te zijn als supporter. Je staat op de curva’s in Turijn, Genua en Pescara en hoopt dat de ploeg punten pakt.

Een minpunt van het boek is dat het duidelijk voor de Amerikaanse markt is geschreven. McGinniss gaat er van uit dat zijn lezers niets van voetbal weten. Zo legt hij alles uit. Bijvoorbeeld dat clubs twee keer tegen elkaar spelen in een seizoen, hoeveel punten je krijgt voor winst, gelijkspel en nederlaag, over corners en vrije trappen en meer van dat soort basale dingen. Erger vind ik dat McGinniss zichzelf als een soort wijsgeer ziet. Van alles heeft hij meer verstand dan de andere mensen om hem heen. Zo weet hij naar eigen zeggen meer van voetbal dan trainer Jaconi. Ik las ooit een recensie over dit boek dat het jammer was dat McGinniss niet alleen groot fan was van Italiaans voetbal, maar een nog groter fan van zichzelf. Beter kan ik het niet omschrijven. Daarnaast zet hij de Italianen wel heel clichématig neer. Maffiosi, corrupt en wereldvreemd.

Dat laatste maakt het wel jammer. Het verhaal van Castel di Sangro is geweldig en uniek. Het is het wonderjaar uit de geschiedenis van de club, die overigens niet meer bestaat. Ik kan mij niet voorstellen dat er ooit een club uit een kleiner plaatsje de Serie B zal halen. Het is, zoals de titel al zegt, echt een wonder geweest. McGinniss is ook een goede verhalenverteller, maar wat is het jammer dat hij er een egoboek van heeft gemaakt. Als hij zichzelf niet had neergezet als de grote alleswetende voetbalkenner en het moreel superieure gutmensch was het boek was het waarschijnlijk mijn favoriete voetbalboek geweest. Ik denk namelijk dat een andere schrijver, eentje die wat meer van Italiaans voetbal wist en minder fan van zichzelf was, er een leuker boek van had kunnen maken. Neemt niet weg dat “Het Wonder van Castel di Sangro” toch een van mijn favoriete voetbalboeken blijft. Ik heb het niet voor niets al drie keer gelezen.

2
Share

Leave a Reply